• Deborah Vroegop

10 tips bij lastige gesprekken


We moeten ze allemaal voeren in ons leven. Lastige gesprekken.

Met je schoonmoeder, de leerkracht van je kind, je partner, je werkgever, de jeugdzorginstantie of je buurvrouw.


Soms heb je hierbij de neiging om de ander een figuurlijke linkse hoek te geven. En misschien ook zelfs wel letterlijk. Dat kan heel erg opluchten, maar is het ook handig?


Niet als je daarna nog met elkaar door een deur wilt. Maar hoe dan wel? Hier 10 tips hoe je met behoud van de relatie bespreekbaar maakt waar je mee zit. En ook niet onbelangrijk: Hoe je een voor jou positieve uitkomst krijgt. Doe er je voordeel mee!


1. Stel van tevoren voor jezelf vast wat een positieve uitkomst voor jou is.


Wanneer ben jij tevreden met het verloop van het gesprek? Vaak weten we wel wat we niet willen, maar vinden we het lastig om vast te stellen wat we wel willen. Denk hier over na. Bedenk ook hoe belangrijk het voor je is om je gelijk te halen. Een positieve uitkomst kan al zijn dat je verteld hebt wat je op je hart had en dat de ander dat gehoord heeft. Ongeacht of de ander daar erkenning voor geeft of een positieve reactie.

2. Bedenk van tevoren wat je precies wilt zeggen.

Schrijf dit op. Net zolang tot je tevreden bent hoe het er staat en je het passend vindt om het op die manier te zeggen. Oefen het een keer voor de spiegel of neem jezelf op en luister het daarna af.


3. Let op je houding.


Ga rechtop zitten met je onderrug tegen de stoelleuning. Voeten naast elkaar op de grond. Tenen wijzend naar je gesprekspartner. Handen in je schoot. Schouders naar achter, hoofd omhoog. Dit is de zogenaamde ‘middenpositie’. Andere posities ten opzichte van deze positie zijn achterover leunen, wat een boodschap geeft van desinteresse en passiviteit. Voorover leunen, wat de boodschap geeft: ‘Er moet nu wat gebeuren, maakt niet zoveel uit wat.’ De midden-positie is niet altijd letterlijk in te nemen. Bijvoorbeeld als je naast elkaar zit of als je wandelt tijdens het gesprek. Neem de midden-positie dan in in je hoofd. De boodschap is: zorg voor een open houding die niet onderdanig en ook niet dominant is.


4. Probeer vanuit kalmte en rust het gesprek te voeren.


Als je een (belangrijk) gesprek voert overspoeld door je emoties, zeg je bijna altijd dingen waar je later spijt van krijgt. Vaak verergert hierdoor de situatie zelfs. Dit is niet wat je wilt. Als het kan, slaap er dan eerst een nachtje over. Als dit niet kan, probeer voor je het gesprek ingaat een rustmoment te pakken door bijvoorbeeld een ademhalingsoefening te doen. Neem je tijd. Als je merkt dat er geen tijd (meer) is, plan je een nieuwe afspraak.


5. Benoem je emoties.


Helemaal zonder emoties een moeilijk gesprek voeren, zal niet zo gauw gebeuren en dat hoeft ook niet. Het gaat erom dat de emoties jou niet overspoelen. De oplossing hiervoor is ze te benoemen. Als je je ongemakkelijk voelt, zenuwachtig, boos, verdrietig, etc. Benoem dit dan ook. Zeg bijvoorbeeld: “Ik ben heel zenuwachtig voor dit gesprek en vind het heel eng om dit tegen jou te zeggen, maar het is zo belangrijk voor me dat ik het toch doe.” Ook als tijdens het gesprek nieuwe emoties opkomen. “Ik merk dat het me raakt wat je nu zegt. Ik schrik er eigenlijk van.” Je zult merken dat wanneer je je emoties benoemt, je ze al minder voelt. Zo kun je meer vanuit kalmte en rust het gesprek voeren en nemen deze emoties jou niet over tijdens het gesprek.


6. Vertel je boodschap in de ik-vorm, hou het bij jezelf en benoem wat het met je doet.


Hou het bij jezelf en wees zo concreet mogelijk. “Toen je zei dat ik het er wel even bij kon doen, voelde ik me niet serieus genomen. Gister schoof je mij ook naar voren en toen heb ik er niets van gezegd, maar nu het weer voorkomt krijg ik de gedachte dat je me niet serieus neemt. Klopt dat? Neem je me niet serieus en denk je echt dat ik dat er wel even bij kan doen?”

Vermijd zinnen als:

-Jij denkt altijd dat ik er nog wel even iets bij kan doen.

-Jij neemt mij nooit serieus.


7. Luister naar de ander.


Maar al te vaak gebruiken we de tijd dat de ander praat om te bedenken wat we straks zelf gaan zeggen. Ook zijn we geneigd het gesprek naar ons zelf toe te trekken, door te vertellen dat we zelf ook zoiets mee hebben gemaakt. Echt luisteren doe je door verdiepingsvragen te stellen, totdat je de ander begrijpt. Daarna controleer je of het klopt wat je denkt dat de ander zojuist gezegd heeft. Voorbeeld: "Ik hoor je zeggen dat je vindt dat ik nooit naar je luister. Kun je ook een voorbeeld noemen?" Of: "Als ik je goed begrijp, vind je dat ik nooit iets in het huishouden doe. Klopt dat?" Echt luisteren en doorvragen wil trouwens niet zeggen dat je het in alles met de ander eens bent.


8. Toon begrip en blijf bij je punt.


Laat bijvoorbeeld weten:

-dat je het heel vervelend voor de ander vindt dat zij de klus nu zelf moet doen.

-dat je snapt dat het niet leuk voor de ander is om dit te horen.

-dat je het vervelend vind dat je de ander teleurstelt.

-etc.


En bied je excuses aan voor dat deel dat bij jou ligt (zonder te zeggen dat het door de ander komt dat je zo deed). Zeg bijvoorbeeld: “Het spijt me dat ik niet eerder heb aangegeven dat ik niet mee wil.”


9. Focus op de oplossing.


Blijf niet te lang stil staan bij het probleem, maar focus op de oplossing. Problemen ontstaan vaak door misverstanden of meningsverschillen. Wanneer je veel tijd besteedt aan het probleem, kun je verzanden in een welles-nietesdiscussie. Steek liever je energie in het ‘wat nu’. Probeer creatief te zijn in het bedenken van een oplossing. Er is heel vaak een derde weg.


10. Bedenk van tevoren alternatieven.


Bedenk van tevoren met welke verschillende opties jij tevreden kunt zijn. Bedenk ook hoe de ander op jou zou kunnen reageren en hoe jij vervolgens daarop wilt reageren. Vaak kun je wel inschatten wat de belangen van de ander zijn. Als je tijdens het gesprek een reactie van de ander krijgt waar je nog niet over na hebt gedacht, kan dit je overvallen. Beter is het om goed voorbereid te zijn. Als je er tijdens het gesprek niet uit komt, zeg dat je erover na wilt denken en dat je er later op terug komt.


O ja en stiekem toch nog een nummer 11:


Voer absoluut geen lastige gesprekken via tekst (zoals mail, app of sms). Je mist elkaars lichaamstaal en de kans dat jullie elkaar negatief interpreteren is erg groot.


In mijn coachpraktijk komt het onderwerp ‘lastige gesprekken voeren’ heel vaak voorbij. Het is niet altijd eenvoudig om voor jezelf te bepalen wat je wilt verwoorden en hoe. Ook weet je niet altijd vast te stellen wat voor jou een positieve uitkomst is. Je kunt in dat geval een moeilijk gesprek beter voorbespreken met iemand die niet emotioneel betrokken is en goed kan communiceren. Neem dit lijstje erbij en behandel samen de punten stap voor stap. Je zult merken: oefening baart kunst. Succes!


Heb jij nog tips? Laat het me weten in een reactie!

72 keer bekeken